Heerlijk lenteweer, buiten een zonnig terras in de namiddag, binnen een bioscoopopstelling. Ik zit nog nauwelijks en heb al drie bakken popcorn gekregen. Achterin, aan de bar, staat de regisseur. Ook achterin, als een generaal achter zijn troepen, de hoofdpersoon. Er zijn filmcamera’s, naar ik vermoed van productiemaatschappij Men at Work, die de film heeft gemaakt, en iemand met een Canon 5D Mark II op statief.
De Rotterdamse ironie waarmee Jules het arme en gewelddadige Medellin tegemoet treedt, gaat er natuurlijk goed in aan de Nieuwe Binnenweg. Dat was bij de ‘echte’ première op het International Filmfestival Rotterdam, vorige maand, niet anders.
Ik heb de film al zes keer gezien, dus na een half uur kies ik voor de lentezon op het terras. Binnen hoor ik het publiek schateren bij de voordracht van het “Kutgedicht”. Het Colombiaanse publiek op video, de Rotterdamse aanhang live.
Na de film zoek ik Jules op. Hij vindt mijn ontwerp van de boekomslag erg geslaagd. Ik heb hem en Leo van achteren gefotografeerd en gemonteerd tegen de achtergrond van het filmpubliek in Medellin. Maar de uitgever draalt met uitgeven, in weerwil van de IFFR-première. Jules snapt het niet. Verontwaardigd: “Ik bedoel, dat zou toch een mooie promotie voor hun boek moeten zijn, niet waar?”
Op de terugweg strijken we neer op het volle terras van het NAI voor een glaasje wijn bij de allerlaatste zonnestralen van de dag. Met het oprukken van de schaduw loopt het terras leeg.
Interview met Leo Verheul, over zijn documentaire "Pablo & Poëzie".


