zondag 15 januari 2017
Wim Hof
maandag 2 april 2012
Kutgedicht in de lentezon
Heerlijk lenteweer, buiten een zonnig terras in de namiddag, binnen een bioscoopopstelling. Ik zit nog nauwelijks en heb al drie bakken popcorn gekregen. Achterin, aan de bar, staat de regisseur. Ook achterin, als een generaal achter zijn troepen, de hoofdpersoon. Er zijn filmcamera’s, naar ik vermoed van productiemaatschappij Men at Work, die de film heeft gemaakt, en iemand met een Canon 5D Mark II op statief.
De Rotterdamse ironie waarmee Jules het arme en gewelddadige Medellin tegemoet treedt, gaat er natuurlijk goed in aan de Nieuwe Binnenweg. Dat was bij de ‘echte’ première op het International Filmfestival Rotterdam, vorige maand, niet anders.
Ik heb de film al zes keer gezien, dus na een half uur kies ik voor de lentezon op het terras. Binnen hoor ik het publiek schateren bij de voordracht van het “Kutgedicht”. Het Colombiaanse publiek op video, de Rotterdamse aanhang live.
Na de film zoek ik Jules op. Hij vindt mijn ontwerp van de boekomslag erg geslaagd. Ik heb hem en Leo van achteren gefotografeerd en gemonteerd tegen de achtergrond van het filmpubliek in Medellin. Maar de uitgever draalt met uitgeven, in weerwil van de IFFR-première. Jules snapt het niet. Verontwaardigd: “Ik bedoel, dat zou toch een mooie promotie voor hun boek moeten zijn, niet waar?”
Op de terugweg strijken we neer op het volle terras van het NAI voor een glaasje wijn bij de allerlaatste zonnestralen van de dag. Met het oprukken van de schaduw loopt het terras leeg.
Interview met Leo Verheul, over zijn documentaire "Pablo & Poëzie".

vrijdag 3 februari 2012
Filmfestival Rotterdam

Donderdag 2 februari 2012. Ik ben uitgenodigd voor “Made in Rotterdam (2)” in Pathé 4. Volgens het programma “een staalkaart van Rotterdams talent, samengesteld door het IFFR en het Rotterdam Media Fonds, bestaande uit animatie, dansfilm, fictie en (experimentele) documentaire.”
De spreker van het IFFR neemt in tenenkrommend Engels het woord. De zaal is vol, maar het zijn de afwezigen die de show stelen. De twee weken geleden overleden danser Ton Lutgerink, schittert in de dansfilm “Nol King Ruter”. Filmkijkers die moeite hebben met het interpreteren van de choreografische verhaallijn, zoals ik, worden in deze film geholpen door de semidocumentaire aanpak en begrijpen al snel dat de film gaat over vergankelijkheid en fysieke aftakeling. Een fraai gefilmde ode aan de kracht en pracht van het menselijk lichaam.
“Bad Luck City” van Authentic Boys brengt me terug op aarde, waar een hedendaagse ‘urban cowboy’ zijn trieste bestaan lijdt. De ultrarauwe zwartwitbeelden zijn prachtig, maar de nagespeelde Amerikaanse elementen van jager, cowboy, bowling en blues lyrics dragen voor mij niet bij aan een ‘urban’ beeld.
Ook in “Ning” ontbreken de kleuren en daar houdt de vergelijking dan wel mee op. De film wordt door regisseuse Lichun Tseng aangekondigd als ‘contemplative’, maar het lukt mij maar niet om enige richting aan mijn bespiegelingen te geven, waardoor deze korte film voor mij al snel te lang duurt. Kennelijk ben ik niet de enige, want een aantal bezoekers begint halverwege alvast met applaudisseren. Niet alleen hierdoor sterft de film in schoonheid.
De tweede afwezige vanavond is producer Leo Verheul, die samen met Jules Deelder de film “Pablo en Poëzie” zou aankondigen. “Ik weet er ook niks van”, verklaart Deelder verontschuldigend.
De film gaat over de reis van Deelder en Verheul naar Medellin. Deze stad, die decennia lang onder vuur lag in de strijd tegen de terreur van drugsbaron Pablo Escobar, verheft zich elk jaar uit haar as tijdens het Festival Internacional de Poesía, het grootste poëziefestival ter wereld. Drugs en poëzie, je moet er - in de woorden van Deelder - een neus voor hebben. Naarmate het festival vordert en terwijl Deelder zijn humorvolle gedichten op het Colombiaanse publiek afvuurt, wordt het verhaal van Pablo Escobar verteld, tijdens bezoekjes aan de verschillende locaties waar de bloedige geschiedenis zich heeft voltrokken. De film zwaait gevaarlijk heen en weer tussen beide thema’s, maar blijft overeind dankzij de nuchtere humor van de Rotterdamse dichter.




























